Rituelen zoals samen thee drinken of handwerk doen functioneren als performatieve handelingen – herhalingen die identiteit niet enkel uitdrukken, maar haar ook voortbrengen. In deze kleine gebaren wordt een vorm van collectieve leesbaarheid zichtbaar: een universele taal die niet universeel is door abstractie, maar door haar vermogen zich telkens opnieuw te situeren in verschillende lichamen, tijden en plaatsen.